Burgerparticipatie
Er is veel wantrouwen t.o.v. de Brusselse democratie (of juist het
gebrek daaraan). Maar dertig procent van de Nederlanders stemt voor het
Europees Parlement. De grootste oorzaak ligt in het feit dat zes op de
tien burgers vindt dat zij geen invloed hebben op de besluitvorming.
Dat er veel zwevende kiezers zijn, duidt ook op onwetendheid en
ontevredenheid. De Brusselse democratie is een aanfluiting en in Den
Haag valt ook het een en ander te verbeteren.
Vierhonderdnegentig miljoen Europeanen (490.000.000) worden mede
bestuurd door de Europese Unie. In het Europese Parlement werkt men met
internationale fracties. Die moeten minstens 20 zetels uit 5 landen
hebben. Dat leidt tot een parlement met 8 partijen, waarvan er 3 samen
de absolute meerderheid hebben: de Volkspartij, de sociaal-democraten
en de liberalen hebben samen 601 van de 785 zetels. Dat is niet minder
dan 77%. Verder zijn er 5 kleine partijen. Dat is al weinig voor 1
land, laat staan voor een organisatie als de Europese Unie.
Het probleem is dat de kiesdrempel zo hoog is. Voor de Tweede Kamer is dat 1/150e. De Europese kiesdrempel is 5,5 keer zo hoog! Solidara pleit duidelijk voor een lagere kiesdrempel. Dit bereik je door internationale fracties te vormen voorafgaand aan de verkiezingen. Alle Europeanen stemmen dan voor een Europese partij en niet voor een nationale partij in het nationale district.
We willen afrekenen met de niet democratisch gekozen Europese Commissie
die verantwoordelijk is voor al het beleid. Het Europese Parlement
heeft alleen het recht om het beleid van de Europese Commissie goed of
af te keuren. Logischerwijs vinden wij dat het democratisch gekozen
Europese Parlement het recht moet krijgen om ook wetsvoorstellen in te
dienen, net als de Tweede Kamer in Nederland. We streven er naar dat de
Europese Commissie democratisch wordt gekozen.
Een van de hardnekkige problemen in de internationale politiek is, dat
zowel in Den Haag als in Brussel de sociaal-economische machtsfactor
een ‘klassen’ politiek is. Simpel gezegd heeft de bovenklasse meer
politieke macht dan de middenklasse en de arbeidersklasse.
En dat op de volgende manieren:
• Lobbyen lijkt steeds meer het alleenrecht geworden van het grote geld. Professionele lobbyorganisaties willen we beperken.
• Politici in de nationale parlementen en het EP behoren tot de 5%
rijkste inwoners van de EU. Dit hoge loon maakt ze bewust of onbewust
loyaal aan de bovenklasse. Wij vinden dat politici moeten werken voor
een gemiddeld werknemersloon.
• Donaties en sponsoring. De rijke bovenklasse geeft de rechterkant van
de politiek een financiële voorsprong op de rest. In Nederland worden
de VVD en het CDA als partijen gesponsord door het bedrijfsleven. Dit
moet voorkomen worden. Er komt een verbod op donaties en sponsoring van
het bedrijfsleven aan de politieke partijen. Partijen krijgen wat ons
betreft alleen financiële steun van de staat, afgemeten aan het aantal
zetels en het aantal leden dat ze hebben. De grootte van de achterban
bepaalt dan de grootte van de financiële armslag.
• Het hebben van nevenfuncties kan leiden tot belangenverstrengeling in
de politiek. Verder leidt het af van de belangrijke taak die politici
hebben. Wij pleiten ervoor dat bestuurders zoals ministers, wethouders
en burgemeesters, stoppen met hun commerciële nevenfuncties.
• We pleiten voor een objectievere rol van de media tijdens de
verkiezingen. Tot op heden is de aandacht vooral gericht op de
persoonlijkheid van de lijsttrekker met onevenredig veel aandacht voor
de grotere partijen en minder voor de inhoud van de verschillende
verkiezingsprogramma’s. De kiezer wordt vaak beïnvloed waardoor zij
soms niet meer weten wat de standpunten van de verschillende partijen
zijn. Hierdoor wordt vaak niet rationeel maar eenzijdig en emotioneel
stemgedrag gestimuleerd. De Nederlandse Staat dient bij de
parlementaire journalistiek te pleiten om vooral aandacht te besteden
aan het inhoudelijke programma van de verschillende partijen.

