Naar een doortastend en efficiënt milieubeleid
Voor een wereld met toekomst!
Iedereen is het er vandaag over eens: de aarde warmt op ten gevolge van het massale gebruik van fossiele brandstoffen. Dat onbelemmerde economische groei het milieu ook niet echt ten goede komt -zonder aanvullende maatregelen- daar is iedereen het over eens. Maar toch reageert de politiek halfslachtig als het gaat om een dáádwerkelijke inzet voor het milieu. Toen op 22 mei 2007 de EU een dochterrichtlijn van de kaderrichtlijn water aannam, reageerde het CDA onmiddellijk met een reactie dat wat hun betreft de lijst niet nog verder uitgebreid hoefde te worden. De beweegreden laten zich raden.
In de afgelopen 10 jaar is de milieudruk, gemeten als de omvang van emissies van schadelijke stoffen veroorzaakt door Nederlandse economische activiteiten, afgenomen. Alleen de uitstoot van broeikasgassen is stabiel gebleven. De economie is in deze periode echter met ruim 25 procent gegroeid, waardoor er voor alle milieuthema’s gesproken kan worden van een ontkoppeling tussen economische groei en milieudruk. Over het algemeen is de milieudruk veroorzaakt door huishoudens afgenomen, ondanks een stijging in de consumptieve bestedingen.
We zijn dus op de goede weg, vooral de huishoudens. Maar wat opvalt is dat er wél een stabiele uitstoot van broeikasgassen is. Dat heeft alles te maken met dat we ook hier als samenleving niet durven te kiezen voor een omslag in ons denken. Verkeer en industrie zijn de hoofdoorzaken van deze uitstoot. Daarom zullen stappen moeten ondernemen die veel verder gaan dan we nu durven. De auto uit en de trein in. Dat vereist enorme investeringen in de uitbreiding van ons openbaar vervoersnetwerk. Luchttransport moet veel zwaarder belast worden en korte afstandsvluchten moeten simpelweg verboden worden. Wij willen ook een totaal Europees verbod op nachtvluchten (ook om spreiding tegen te gaan) en de inzet van geluidsarme vliegtuigen.
We moeten ecologische grenzen opleggen aan onze economische activiteit en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen op lokaal en internationaal vlak plannen. Eén land kan dit probleem natuurlijk nooit alleen de baas, maar Nederland en Europa kunnen er wel een essentiële bijdrage toe leveren. Laten we de markt aan banden leggen. Sleutelsectoren als de energiesector, de transportsector en de zware industriële sectoren moeten in openbare handen terecht komen.
Op die manier kan er absolute prioriteit gegeven worden aan de ontwikkeling en de verspreiding van groene energie. Zolang fossiele brandstoffen commercieel in omloop worden gebracht, moet het gebruik ervan vanaf een bepaald niveau belast worden. Zolang men geen wetenschappelijke zekerheid heeft over de onschadelijkheid van producten of productiemethoden moeten ze geweerd worden (het zogenaamde voorzorgsprincipe).
Indien we het klimaat willen redden, moeten we de uitstoot van broeikasgassen in Nederland en Europa tegen 2030 met 50% terugschroeven. Dat kán. Er liggen concrete voorstellen op tafel om dit te bereiken.
We kunnen ook gewoon minder energie verbruiken. Onderzoek wees uit dat een goede isolatie van oude gebouwen in Europa zou kunnen leiden tot een vermindering tot 40% van de uitstoot van broeikasgassen. Daarvoor zijn echter massale openbare investeringen nodig.
Wat milieubelastingen betreft, vinden we dat de industrie verpakkingsnormen moet worden opgelegd in plaats van “de consument” te laten betalen voor milieu-onvriendelijke verpakking en de verwerking ervan.
De noodzaak om onze samenleving om te vormen tot een duurzame samenleving, die geen roofbouw pleegt op de natuur en de toekomstige generaties, vormt voor ons niet gewoon één hoofdstukje in ons programma. Wij willen al onze voorstellen onderwerpen aan een ecologische en sociale toets, zodat ons volledig sociaal-economisch programma ecologisch duurzaam en sociaal rechtvaardig wordt.
Een andere energiepolitiek is meer dan nodig. Op dit moment doen we als samenleving té weinig. Voor subsidies (SDE, Stimulering Duurzame Energie) is in 2008 14 miljoen euro beschikbaar, in 2009 wordt dat 66 miljoen, in 2010 122 miljoen, en voor 2011 is het bedrag van 188 miljoen gereserveerd. Met dit geld moeten 100.000 huiseigenaren worden gestimuleerd om zonneboilers, warmtepompen en zonnepanelen op of aan hun huizen aan te brengen.
Energiepremieregeling (EPR) zoals die tot voor 2004 in Nederland was een uitstekende en veelbelovende start. Echter deze regeling bezweek onder zijn eigen succes. Het gevolg was dat een opbloeiende, nieuwe bedrijfstak een enorme klap te verwerken kreeg.
Uit in december gepubliceerde cijfers van de Solar Thermal Barometer 2006 van Eurobserver, een EU-initiatief, blijkt dat de gezamenlijke capaciteit van de zonnecollectoren die in de landen van de Europese Unie zijn geïnstalleerd, in 2005 met 1.334 MWh is toegenomen naar 12.087 MWh (+12%). Dat komt met name door sterke groei in Duitsland, Oostenrijk en Griekenland. Ook in Frankrijk en Spanje was de groei hoog. In de ranglijst met totale vermogens staat Nederland 6e en België 15e. Het zonnepanelenvermogen per EU-inwoner laat zien dat Nederland 8e staat en België 16e. Als op alle daken in Nederland zonnepanelen komen, kan daarmee in de helft van de elektriciteitsbehoefte van Nederland voorzien worden. Dat zou een enorme reductie op uitstoot van CO2 betekenen.
Wij zien dus een toekomst voor alternatieve energie; we moeten échter wel durven te investeren.
Hoe we met de natuur -en dus ook met dieren– omgaan, is een teken van beschaving. Dieren zijn, net zoals wij, levende wezens die recht hebben op een waardige behandeling. De omgang met dieren maakt veel te weinig deel uit van het politieke debat. Dieren hebben ook rechten, net zoals ze bewustzijn en gevoel kennen. We moeten beseffen dat dieren geen gebruiksvoorwerpen zijn van de consumptiemaatschappij. Ze moeten naar hun natuurlijke aard kunnen leven en de mens moet dat respecteren, zowel voor in het wild levende dieren als voor dieren in onze woonomgeving. De besluiten van de commissie Brambell uit 1965 over de dierenrechten gelden internationaal. Deze hebben betrekking op dorst, honger en onjuiste voeding, fysiek en fysiologisch ongerief, pijn, verwondingen en ziektes, angst en chronische stress en het natuurlijke gedrag van dieren. Wij staan voor de uitbreiding van de dierenrechten en het verbod op plezierjacht. Dieren moeten in leefomstandigheden gehouden worden, die hen een geschikte huisvesting, inclusief een comfortabele rust- en schuilplaats garandeert. Wij willen meer toezicht op de uitvoering van de wetten op het dierenwelzijn, met een strenge aanpak van overtreders.
Solidara staat voor:
26. Er moet een mondiale rechtvaardige verdeling komen van de toegelaten uitstoot van broeikasgassen per land. Geen handel in emissierechten.
27. 50% minder broeikasgassen tegen 2020 in Nederland. Betere regelingen voor aanschaf zonnepanelen en windmolens.
28. Coöperaties voor vernieuwbare energie.
29. Gratis energie onderzoeken, een openbaar plan om huizen energievriendelijker te maken.
30. Gratis, efficiënt en milieuvriendelijk openbaar vervoer.
31. Geen kernenergie.
32. Wetenschap en techniek komen de gemeenschap toe. Uitbreiding van publieke investeringen in wetenschappelijk onderzoek, onafhankelijk van privé-belangen.
33. Een verbod op patenten.
34. Verpakkingsnormen om de bedrijven te verplichten minder afval te produceren.
35. Zuivere gewassen. We zijn tegen de vervuiling van landbouwproduc-ten door GGO’s (Genetisch Gemanipuleerde Organismen).
36. Strenge toepassing en uitbreiding van de dierenrechten.
37. De aarde is van ons allemaal. Dus ook de natuurlijke opbrengsten van gas en olie etc.
38. Een duurzaamheidsbelasting. Goederen die lang meegaan moeten minder belast worden dan goederen die snel kapot gaan of slijten.

