De tol van loonmatiging

Het kabinet blijft prediken dat we de lonen moeten blijven matigen omdat té grote looneisen de Nederlandse economie zouden kunnen schaden. Ondernemend Nederland heeft bij menige gelegenheid te kennen gegeven achter deze oproep te staan en dat vertaalt zich ook naar de onderhandelingstafel, waar de vakbonden tevergeefs door middel van onderhandelingen proberen om de opoffering van de Nederlandse werknemers van de afgelopen jaren vertaald te zien in een hoger loon.

Door: Rick Denkers

Het is echter verwonderlijk als we gaan kijken naar én de overheid en het Nederlandse bedrijfsleven zelf. De Nederlandse bedrijven behaalden over de jaren 2005 en 2006 een record-winst van een duizelingwekkende 167 miljard euro. Nog nooit behaalden de Nederlandse bedrijven een dergelijk bedrag aan winst. De Nederlandse overheid heeft de afgelopen jaren ongegeneerd in de portemonnee van de Nederlanders gegraaid. Het is nota bene Mark Rutte, voorman van de VVD, die vorige week de noodklok luidde over het gemak waarmee de overheid jaar in, jaar uit de belasting verhoogt. Per saldo is de Nederlandse overheid al jaren verantwoordelijk voor een groot gedeelte van de inflatie in Nederland, en daarmee dus mede verantwoordelijk voor het verlies van koopkracht.

Dit verlies van koopkracht - jaar in, jaar uit - heeft tot gevolg gehad dat de Nederlandse consument somber gestemd is. En daarom stellen veel consumenten hun aankopen uit, wat weer tot gevolg heeft dat de bedrijven omzet mislopen. Daardoor daalde in maart dit jaar óók het vertrouwen van de ondernemers in de Nederlandse economie (de zgn. optimisme/pessisme balans). De reactie van het bedrijfsleven hierop is weer bijzonder merkwaardig. Zij stellen dat de voorgenomen BTW-verhoging van 19 naar 20 procent maar afgeblazen moet worden. Dat zou volgens hun weer een koopkrachtverbetering opleveren van ruim 2 miljard euro.

En daarmee draait het bedrijfsleven handig om de werkelijke problematiek heen. Het probleem zit hem niet in de periferie, zoals men dat doet veronderstellen, maar in de kern. Jaren van loonmatiging beginnen hun tol te eisen. Steeds meer werknemers hebben steeds minder in de portemonnee. Dit jaar komt een nieuwe ronde van loonmatiging hard aan, zelfs zo hard dat consumenten zich zorgen maken over het feit dat voeding en energie steeds meer geld gaan kosten. Uit een onderzoek van de Europese Unie blijkt zelfs dat de inwoners van de vijf grootste EU-landen dit als het grootste probleem ervaren.

De overheid heeft echter het Grootkapitaal jaren bevoordeeld met allerlei verlagingen van belastingen; allemaal bedoeld om de zogenaamde concurrentiepositie van de grote bedrijven ten opzichte van het buitenland te verbeteren. Dat heeft ertoe geleid dat Nederland een van de favoriete vestigingsplaatsen is geworden van multinationals. Veel nieuwe banen leverde dit echter niet op: de meesten zijn hier alleen statutair gevestigd, vaak met alleen maar een postbus.

Een recentelijk voorbeeld van hoe de Nederlandse overheid het bedrijfsleven bevoordeelt is de verlaging van de vennootschapsbelasting. Het MKB bleek hier nauwelijks van mee te profiteren; het waren vooral de multinationals die met de buit ervandoor gingen. Het zijn echter óók de grote bedrijven die op dit moment megawinsten maken.

De loonmatiging van de afgelopen jaren heeft ertoe geleid dat er nu een verschijnsel is ontstaan waartegen socialisten lang hebben geknokt: de werkende armen. Was het nog zo dat in 1979 0,6 miljoen Nederlanders (na jaren van daling) het met een laag uurloon moesten doen; tegenwoordig moeten maar liefst 1,25 miljoen Nederlanders het stellen zonder een deugdelijk salaris. Deze werkende onderklasse van onze maatschappij moest bovendien ook meer uren werken om hun schamel inkomen bij elkaar te krijgen: in 1979 werkte deze groep 80 uur gemiddeld per maand, nu werkt men 120 uur gemiddeld per maand. Jaren van Neoliberale (lees: kapitalistische) aanvallen op de rechten van de werknemers hebben hun verwoestende uitwerking niet gemist.

Op dit moment zijn er een aantal zaken die leiden tot een dodelijke cocktail die een recessie tot gevolg heeft:

  • Weinig tot geen loonstijging;
  • stijgende prijzen van voedsel, wonen en energie;
  • stijgende fiscale lasten.


Deze drie zaken leiden ertoe dat de onderkant van de arbeidersklasse vrijwel geen vlees meer op de botten heeft; óók voor degene met een iets beter inkomen is het steeds moeilijker om nog rond te komen.

Een tijdelijke oplossing van het voorkomen van een dreigende recessie is eenvoudig te realiseren. Deze oplossing doet daarnaast ook nog recht aan de jarenlange opofferingen van de Nederlanders arbeiders.

In Nederland zijn 7 miljoen huishoudens. Als we ieder huishouden netto in de maand 150 euro erbij geven dan leidt dat tot een aanzienlijke koopkrachtverbetering. De totale kosten hiervan zouden op jaarbasis 12,6 miljard euro bedragen. Dit zou dus gemakkelijk uit de exorbitante winsten van het Grootkapitaal betaald kunnen worden. In 2006 bedroeg de winst 87,9 miljard euro, een stijging van 6,7 procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Dan blijft er voor het bedrijfsleven nog altijd een ruime 75,6 miljard aan winst over. Genoeg om de wensen van menig aandeelhouder te bevredigen. Combineer dit met een bevriezing van de fiscale lasten, of nog beter, een verlaging van de belastingen en de koopkracht van de Nederlander zal fors stijgen.

We moeten echter wel beseffen dat dit slechts lapmiddelen zijn. Lapmiddelen bedoeld om te verhullen dat het neoliberalisme - een mooi eufemisme voor kapitalisme - moreel failliet is, en dat haar werkelijke bedoelingen steeds duidelijker worden: de inhaligheid van enkelen over de ruggen van velen. De echte remedie is: een verwerping van het kapitalisme als maatschappelijk systeem. We moeten onze maatschappij inrichten op basis van behoeften van het volk; niet op basis van hebzucht. Dan zal er voor iedereen een eerlijk inkomen mogelijk zijn.

 

< Terug naar opinieoverzicht

 
RSS Nieuws
Wat is RSS?
weblog Düzgün Yildirim
© Solidara